Wat kan een medewerker nog wél als de gezondheid hem in de steek laat? Dat is de kernvraag van het arbeidsdeskundig onderzoek (ADO). Het klinkt simpel, maar de praktijk is een flinke puzzel. Want een onderzoek voor een zieke werknemer in het eerste jaar ziet er totaal anders uit dan een beoordeling voor een letselschadezaak of een ondernemer met een AOV. Dit hangt volledig af van de wetten, polissen en het doel van het onderzoek.
Hieronder lees je hoe zo’n onderzoek in elkaar steekt, wat de vaste ingrediënten zijn en hoe de context de kleur van het onderzoek bepaalt.
De vaste basis: Wat gebeurt er sowieso?
Hoewel elk onderzoek maatwerk is, volgt een arbeidsdeskundige (AD) bijna altijd een vaste route. Dit zijn de standaard onderdelen die je in elk rapport tegenkomt:
- Het papierwerk induiken (Dossierstudie): De arbeidsdeskundige begint achter de schermen. Wat is het cv van de medewerker? En minstens zo belangrijk: wat heeft de bedrijfsarts of verzekeringsarts opgeschreven in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML)? De AD mag zelf namelijk géén medisch oordeel vellen, maar neemt de medische beperkingen als vertrekpunt.
- Het gesprek met de medewerker: Een open gesprek over hoe het écht gaat. Wat lukt er wel en niet in het dagelijks leven? Hoe kijkt de medewerker zelf naar werk en de toekomst?
- Het gesprek met de werkgever: Wat voor vlees hebben we in de kuip qua functies binnen het bedrijf? Is de organisatie flexibel genoeg om banen aan te passen, of moeten we buiten de deur kijken?
- De weging: Hier gebeurt het echte denkwerk. De AD legt de medische beperkingen naast de eisen van de functie. Matcht dit niet? Dan start de zoektocht naar alternatieven.
- Het adviesrapport: Een concreet en helder plan van aanpak waar alle partijen direct mee verder kunnen.
De context: Vier smaken van het onderzoek
De basis is dus vaak gelijk, maar het doel bepaalt de rest van de koers. We kunnen het arbeidsdeskundig onderzoek grofweg opdelen in vier smaken:
1. Ziek tijdens het dienstverband (Poortwachter & Ziektewet)
Als een werknemer langdurig uitvalt, klopt de Wet verbetering poortwachter (Wvp) na uiterlijk één jaar op de deur. De werkgever is dan verplicht om een arbeidsdeskundig onderzoek te laten doen. De focus ligt hier puur op re-integratie via de bekende vier vragen:
- Kan de medewerker terug naar zijn eigen werk?
- Kan het eigen werk worden aangepast?
- Is er ander passend werk binnen het bedrijf (Spoor 1)?
- Moet er worden gezocht naar een baan bij een andere werkgever (Spoor 2)?
Bij de Ziektewet (bijvoorbeeld voor mensen zonder vaste werkgever) is het doel vergelijkbaar, maar kijkt de arbeidsdeskundige (vaak van het UWV) direct breder naar de hele arbeidsmarkt.
2. De WIA-keuring (WGA)
Ben je na twee jaar (104 weken) nog steeds ziek? Dan volgt de WIA-beoordeling. De arbeidsdeskundige van het UWV heeft hier een heel andere rol: die gaat rekenen.
Er wordt gekeken naar wat je verdiende vóór je ziek werd, en wat je nu nog zou kúnnen verdienen in theoretische functies die het UWV-systeem (het CBBS) selecteert. Het verschil tussen die twee bedragen bepaalt jouw arbeidsongeschiktheidspercentage. Zit je in de WGA? Dan blijft de arbeidsdeskundige ook in de toekomst kijken of je jouw resterende verdiencapaciteit kunt benutten.
3. De ondernemer met een AOV
Voor zelfstandigen gelden de wetten van het UWV niet, maar regeert de polis van de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV). Dit is een heel ander krachtenveld. De arbeidsdeskundige kijkt hier kritisch naar de kleine lettertjes van de verzekering:
- Is er verzekerd op basis van beroepsarbeidsongeschiktheid? (Dan telt alleen het eigen, specifieke werk).
- Of is het op basis van passende arbeid? (Dan mag er breder worden gekeken).
De AD onderzoekt hier vooral hoe het bedrijf draait. Kunnen bepaalde zware taken worden gedelegeerd aan personeel? Kan de ondernemer met een aanpassing tóch de regie behouden? Het is vaak een bedrijfseconomische puzzel.
4. Letselschade: Kijken in een glazen bol
Dit is misschien wel de meest complexe tak van sport. Na een verkeersongeval of een medische fout moet de schade worden bepaald. De arbeidsdeskundige krijgt hier de taak om een vergelijking te maken tussen twee werelden: de situatie met het ongeval en de hypothetische situatie zonder het ongeval.
Het doel is het berekenen van het verlies aan verdienvermogen. Wat had deze persoon in de rest van zijn loopbaan kunnen verdienen als het ongeluk nooit had plaatsgevonden? Daarnaast kijkt de AD vaak naar de praktische kant thuis: kan iemand zijn eigen huis nog onderhouden, of is er hulp nodig? Dit onderzoek vraagt om veel creativiteit en een blik die soms tientallen jaren vooruit moet kijken.
Kort samengevat
| Type onderzoek | Wanneer aan de orde? | Wat is het hoofddoel? |
| Poortwachter | Rond 1 jaar ziekte in loondienst | Kijken of herstel in eigen of nieuw werk mogelijk is. |
| WGA / WIA | Na 2 jaar ziekte (UWV) | Het bepalen van het percentage arbeidsongeschiktheid. |
| AOV | Bij een zieke zelfstandige | Claimbeoordeling en re-integratie conform de polis. |
| Letselschade | Na een ongeval of fout | Financiële en praktische schade voor de toekomst bepalen. |
Direct meer informatie?
