Het tweede spoor negeren: de kostbare gok die bijna elke werkgever verliest

Een langdurig zieke medewerker brengt veel onzekerheid met zich mee. Als werkgever probeer je deze situatie uiteraard zo goed mogelijk op te lossen. Je investeert bijvoorbeeld in dure werkplekaanpassingen, biedt intensieve coaching aan en past taken aan. Dat is een logische reactie, want je wilt waardevol talent natuurlijk niet zomaar kwijt. Toch schuilt hierin een enorm financieel risico. Veel werkgevers maken namelijk de fout om het externe re-integratietraject volledig te negeren. Dit gebeurt vaak wanneer het eerste spoor op het eerste gezicht aardig loopt. Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) kent op dit gebied echter geen enkele genade. Wie te laat of helemaal niet start met re-integratie buiten de eigen organisatie, krijgt vrijwel gegarandeerd een loonsanctie. In dit uitgebreide artikel bespreken we de grootste fouten die worden gemaakt bij niet inzetten van tweede spoor aan de hand van twee recente rechterlijke uitspraken. Bovendien laten we zien hoe een tijdig arbeidsdeskundig onderzoek jou voor deze valkuilen behoedt.

Waarom een succesvol eerste spoor een loonsanctie niet voorkomt

Veel werkgevers denken dat ze veilig zijn als de zieke medewerker weer flink wat uren draait in aangepast werk. Dat dit een gevaarlijke misvatting is, bleek begin 2025 pijnlijk duidelijk uit een uitspraak van de Rechtbank Gelderland. In deze specifieke zaak (ECLI:NL:RBGEL:2025:11157) had een werkgever maar liefst veertigduizend euro uitgegeven aan werkplekaanpassingen en coaching in het eerste spoor. Die inspanning leek aanvankelijk zijn vruchten af te werpen. De werknemer werkte inmiddels weer dertig uur per week en leverde een loonwaarde van meer dan 65 procent. De werkgever dacht de zaakjes prima voor elkaar te hebben en startte daarom geen tweede spoor op. Het UWV oordeelde na de WIA-aanvraag echter heel streng en legde direct een loonsanctie op.

De rechtbank gaf de uitkeringsinstantie groot gelijk en verklaarde het beroep van de werkgever ongegrond. De werkgever kon namelijk niet bewijzen dat zij het aangepaste werk ook daadwerkelijk structureel aanbood. Er liep al sinds medio 2022 een felle discussie over de verdeling tussen thuiswerken en kantooruren. Uit e-mails bleek dat er absoluut geen harde garanties waren voor de toekomst na de loondoorbetalingsperiode. Het UWV kijkt nooit alleen naar het aantal uren dat iemand op dit moment toevallig maakt. De instantie beoordeelt of de werknemer dit werk ook na de loondoorbetalingsperiode kan blijven doen. Is die zekerheid er niet, dan ben je verplicht om uiterlijk binnen zes weken na de Eerstejaarsevaluatie een adequaat tweede-spoortraject op te starten. Het achterwege laten van het externe spoor omdat het eerste spoor succesvol lijkt, is dus een van de meest gemaakte fouten bij het niet inzetten van tweede spoor.

Marginale mogelijkheden betekenen niet per definitie geen tweede spoor inzetten

Een andere hardnekkige fabel is dat je als werkgever altijd blind kunt varen op het advies van de bedrijfsarts. Als deze medische expert zegt dat re-integratie wegens medische redenen onmogelijk is, dan zal dat wel kloppen. Helaas werkt de wetgeving rondom de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) een stuk complexer. De Rechtbank Oost-Brabant bevestigde dit onlangs in mei 2026 nogmaals in een spraakmakende uitspraak.

In die situatie (ECLI:NL:RBOBR:2026:3540) had een allround medewerker assemblage te kampen met ernstige, langdurige fysieke en psychische klachten. De bedrijfsarts oordeelde op basis van spreekuurobservaties dat er door deze marginale mogelijkheden geen enkele opening bestond voor re-integratie. Pas na anderhalf jaar startte de werkgever met het tweede spoor, toen er medisch gezien wat verbetering optrad. Het UWV stelde achteraf echter vast dat er vanaf september 2023 wel degelijk benutbare mogelijkheden waren, ook al waren die minimaal. De bedrijfsarts had de belastbaarheid simpelweg niet goed in kaart gebracht en verzuimde de situatie te toetsen aan de strikte criteria van het Schattingsbesluit.

De werkgever voerde tevergeefs aan dat zij in redelijkheid op de medische expert mocht vertrouwen. De rechter veegde dit argument resoluut van tafel via de bekende risico-benadering van de Centrale Raad van Beroep. Jij bent als werkgever volledig verantwoordelijk voor de kwaliteit van de deskundigen die je inhuurt. Maakt de bedrijfsarts een inschattingsfout? Dan komt de loonsanctie onherroepelijk voor jouw rekening. Marginale mogelijkheden betekenen dus niet per definitie dat je mag afzien van het externe traject. Je moet altijd actie ondernemen, tenzij er sprake is van een volledige en structurele situatie van Geen Benutbare Mogelijkheden (GBM). Het missen van re-integratiekansen door een onjuiste medische beoordeling is een klassiek voorbeeld van de grootste fouten bij het niet inzetten van tweede spoor.

De gevaarlijke misvattingen over het uitstellen van het externe traject

Het niet inzetten van tweede spoor komt bijna altijd voort uit een aantal hardnekkige misverstanden op de werkvloer. Werkgevers hopen vaak op een goede afloop en schuiven het externe traject daardoor onnodig voor zich uit.

Een van de grootste blunders is het passief wachten op een deskundigenoordeel (DO) van het UWV. Soms vraagt een werkgever zo’n oordeel aan bij onenigheid over de re-integratie. Als het UWV dit verzoek vervolgens niet inwilligt of vertraagt, denken werkgevers dat zij rustig kunnen afwachten. De rechter is hierin in de zaak ECLI:NL:RBGEL:2025:11157 heel duidelijk: het niet verstrekken van een DO door het UWV ontslaat jou nooit van je eigen verantwoordelijkheid. Je moet zelf de regie houden, opnieuw actie ondernemen en direct een tweede spoor opzetten.

Daarnaast verwarren organisaties interne coaching vaak met een volwaardig extern re-integratietraject. Het inhuren van een bureau voor coaching binnen het eigen bedrijf is waardevol voor het eerste spoor, maar het vervangt het tweede spoor niet. Het UWV eist een actief traject dat zich specifiek richt op de externe arbeidsmarkt. Dit betekent concreet dat de werknemer moet solliciteren en kansen buiten de deur moet benutten. Het inzetten van een coach puur voor het eerste spoor volstaat niet als deugdelijke grond voor het uitstellen van spoor twee. Kortom, het re-integratiedossier vereist een scherpe, proactieve blik en absoluut geen afwachtende houding.

De cruciale rol van het arbeidsdeskundig onderzoek van Matchvermogen

Hoe voorkom je nu dat je achteraf wordt verrast door een loonsanctie van 52 weken extra loondoorbetaling? Het antwoord is simpel: zorg voor een objectieve onderbouwing door een onafhankelijke expert. Een arbeidsdeskundig onderzoek rond de eerstejaarsgrens is de belangrijkste verzekering voor elke werkgever.

Een arbeidsdeskundige van Matchvermogen kijkt met een frisse, juridisch onderlegde blik naar de verzuimsituatie. Wij beoordelen niet alleen de medische belastbaarheid die de bedrijfsarts heeft vastgesteld, maar vertalen deze direct naar de praktijk op de werkvloer. Wij beantwoorden de cruciale vragen waar het UWV later streng op toetst.

Hierbij hanteren wij een heldere checklist om het dossier waterdicht te maken:

  • Wij beoordelen of het eigen werk nog passend te maken is voor de toekomst.
  • Onze experts controleren of de aanpassingen in het eerste spoor wel echt structureel van aard zijn.
  • Wij onderzoeken welke kansen op de externe arbeidsmarkt we nu al moeten benutten.
  • Matchvermogen toetst of het dossier volledig voldoet aan de actuele eisen van de Wet verbetering poortwachter.

Door tijdig een arbeidsdeskundig onderzoek te laten uitvoeren, voorkom je dat je blind vertrouwt op een wankel eerste spoor of een onvolledig advies van een bedrijfsarts. Mocht onze conclusie zijn dat herstel in de eigen functie onzeker is, dan adviseren wij direct om het tweede spoor parallel op te starten. Hiermee dwing je een deugdelijke grond af bij het UWV en sluit je het risico op een kostbare loonsanctie effectief uit.

Conclusie: Regie pakken voorkomt harde lessen achteraf

Het re-integratieproces kent vele financiële en juridische valkuilen. De recente jurisprudentie laat zien dat goede bedoelingen en hoge investeringen in het eerste spoor simpelweg niet voldoende zijn voor het UWV. Je moet te allen tijde kunnen bewijzen dat het werk structureel is en dat je geen enkele re-integratiekans hebt gemist. Het uitstellen of weglaten van het tweede spoor op basis van verkeerde aannames is een gok met een extreem hoge inzet.

Wil jij absolute zekerheid over jouw re-integratiedossier en loonsancties voorkomen? Voorkom de grootste fouten die worden gemaakt bij niet inzetten van tweede spoor en laat Matchvermogen een professioneel arbeidsdeskundig onderzoek uitvoeren. Onze experts kennen de wetgeving door en door en loodsen jouw organisatie veilig door het Poortwachter-traject. Neem vandaag nog contact met ons op voor een passend advies of vraag direct een vrijblijvende offerte aan via onze website.

Direct meer informatie?

Niels, Medisch arbeidsdeskundige