Uren opbouwen in spoor 1 loopt vast? Opbouwschema, spoor 2 en de VSO

Kort antwoord: loopt de urenopbouw in spoor 1 vast, stel dan niet eindeloos bij. Werk met een opbouwschema re-integratie met vaste evaluatiemomenten en duidelijke criteria om op of af te schalen. Start spoor 2 zodra er geen zicht meer is op structurele hervatting in je eigen organisatie, en uiterlijk binnen zes weken na de eerstejaarsevaluatie. Een vaststellingsovereenkomst (VSO) kan een uitweg zijn, maar tijdens ziekte loopt de werknemer dan vaak zijn uitkering mis en blijven de risico’s voor jou als werkgever grotendeels bestaan.

In dit artikel lees je waar de opbouw meestal op vastloopt, wat UWV verwacht van spoor 1 en spoor 2 naast elkaar, een geanonimiseerde casus uit onze praktijk, een voorbeeld van een opbouwschema en een eerlijke afweging rond de VSO.

Loopt de re-integratie vast in spoor 1?

Een register-arbeidsdeskundige brengt in kaart wat in het eigen werk nog haalbaar is, wanneer spoor 2 moet starten en welke koers het minste risico geeft voor werkgever en werknemer.

✓ Register-AD   ✓ UWV-proof   ✓ Landelijke dekking   ✓ Op locatie

15 min. kennismaken Offerte aanvragen Naar tweede spoor

Waarom uren opbouwen in spoor 1 vastloopt

In de meeste dossiers die bij ons binnenkomen, is de opbouw niet mislukt door onwil. Het loopt vast omdat de opbouw alleen over uren gaat en niet over de belasting van het werk zelf. Herkenbare obstakels:

  • Het eigen werk past niet bij de belastbaarheid. De uren gaan omhoog, maar de taken blijven even zwaar: pieken, tijdsdruk, fysieke belasting of veel verantwoordelijkheid.
  • Opbouwen op geleide van klachten. Elke week wordt opnieuw gekeken hoe het gaat, zonder plan. UWV ziet dat niet als goede re-integratie: de opbouw hoort te lopen in medisch onderbouwde stappen en tempo (Werkwijzer Poortwachter).
  • Te lang arbeidstherapeutisch werken. De werknemer is aanwezig, maar levert geen loonwaarde en er is geen zicht op passend werk. Lees ook passend werk of arbeidstherapie.
  • Geen helder doel en geen evaluatie. Het plan van aanpak noemt geen einddoel, geen termijnen en geen evaluatiemomenten.
  • Druk om terug te keren in de eigen functie. Terugkeer in eigen werk staat in spoor 1 voorop, maar dat betekent niet dat je moet blijven doorduwen als het eigen werk structureel niet past.
  • Conflict of werkdruk op de afdeling. Collega’s vangen werk op, de leidinggevende heeft weinig tijd en de werknemer voelt zich een last.

De Werkwijzer Poortwachter noemt zelf situaties waarin het plan van aanpak moet worden bijgesteld. Bijvoorbeeld als de werkhervatting achterloopt op het doel, als de werkhervatting niet stabiel is, als er te lang op arbeidstherapeutische basis is gewerkt zonder loonwaarde, of als de hervatting op te laag niveau of voor te weinig uren is zonder perspectief op eigen of ander passend werk.

Spoor 1 en spoor 2 tegelijk: wat UWV verwacht

Spoor 1 is alles wat gericht is op werk binnen je eigen organisatie, in deze volgorde: eigen werk, aangepast eigen werk en daarna ander (aangepast) werk. Spoor 2 is re-integratie naar werk bij een andere werkgever. De twee sporen sluiten elkaar niet uit.

MomentWat UWV verwacht
Zodra er geen zicht is op structurele hervatting in de eigen organisatieSpoor 2 starten, ook als dat vóór de eerstejaarsevaluatie is
Eerstejaarsevaluatie (52e verzuimweek)Expliciet kiezen: blijft de koers spoor 1, of is spoor 2 (ook) nodig?
Uiterlijk zes weken na de eerstejaarsevaluatieSpoor 2 loopt, tenzij er binnen drie maanden concreet perspectief is op structurele hervatting in de eigen organisatie
Zolang het dienstverband looptMogelijkheden in spoor 1 blijven onderzoeken, ook naast spoor 2
Uiterlijk week 93Re-integratieverslag met de WIA-aanvraag naar UWV; bij onvoldoende inspanningen volgt een loonsanctie van maximaal 52 weken

Bron: Werkwijzer Poortwachter van UWV. Kreeg je een loonsanctie opgelegd waar je het niet mee eens bent, kijk dan bij bezwaar tegen een loonsanctie.

Casus: terug naar het eigen werk, en juist meer klachten

Een medewerker moest na een periode van verzuim terug naar het eigen werk, omdat terugkeer in de eigen functie in spoor 1 voorop staat. De opbouw werd vooral gestuurd op uren; de taken bleven die van de oude functie. Met elke stap namen de klachten toe en de opbouw kwam niet verder. Het werd een patroon van doorzetten, terugvallen en opnieuw beginnen.

In ons arbeidsdeskundig onderzoek bleek dat de belasting van het eigen werk niet aansloot bij de belastbaarheid die de bedrijfsarts had beschreven. Doorgaan op dezelfde weg zou vooral meer klachten en meer verloren tijd opleveren. De uitkomst: de opbouw in het eigen werk is eerder gestopt en de re-integratie kreeg een andere koers, afgestemd op wat wél binnen de belastbaarheid paste. De casus is geanonimiseerd.

Wat een arbeidsdeskundige hier anders doet

  • Belasting en belastbaarheid op taakniveau vergelijken. Niet de vraag hoeveel uur, maar welke taken iemand in die uren kan doen.
  • Stagnatie behandelen als signaal. Twee keer vastlopen op dezelfde stap is een reden om het plan bij te stellen, niet om harder te duwen.
  • Koerswijziging op tijd vastleggen. Eerder stoppen met een opbouw die niet werkt, is geen falen. Het is een re-integratiebesluit dat je onderbouwt en in het dossier zet.
  • Spoor 2 als gelijkwaardige route zien. Wie spoor 2 pas inzet als alles in spoor 1 is mislukt, start vaak te laat.

Meer over het onderzoek lees je bij arbeidsdeskundig onderzoek in het kader van Poortwachter.

Voorbeeld opbouwschema re-integratie (per twee weken)

Let op: dit schema is een voorbeeld en geen medisch advies. De bedrijfsarts beschrijft de belastbaarheid, bijvoorbeeld in een inzetbaarheidsprofiel (IZP), en adviseert over het tempo. Stem uren, taken en stappen altijd af op die belastbaarheid. Het voorbeeld gaat uit van een contract van 32 uur.

PeriodeUren per week (voorbeeld)TakenEvaluatie
Week 1 en 23 x 2 uurDeeltaken met lage belasting, zonder tijdsdruk; inwerken in wat er veranderd isKort gesprek met casemanager of leidinggevende aan het eind van week 2
Week 3 en 43 x 3 uurDeeltaken uitbreiden; eerste eigen taken zonder piekbelastingEvaluatie met de bedrijfsarts
Week 5 en 64 x 3 uurMeer eigen taken; nog geen eindverantwoordelijkheid of deadlinesGesprek casemanager; vastleggen in het dossier
Week 7 en 84 x 4 uurEigen taken in vaste volgorde; beperkte verantwoordelijkheidEvaluatie bedrijfsarts en zo nodig bijstelling plan van aanpak
Week 9 en 104 x 5 uurUitbreiden naar het grootste deel van het takenpakket, zonder de zwaarste takenGesprek casemanager
Week 11 en 124 x 6 uurTakenpakket zo dicht mogelijk bij het eigen werkEvaluatie bedrijfsarts en arbeidsdeskundige: is het eigen werk haalbaar, of is ander werk of spoor 2 nodig?
DaarnaVerder naar de contracturen, of stabiliserenStabiliseren op het niveau dat structureel haalbaar isVaste evaluatie in het plan van aanpak

Criteria om op te schalen

  • De klachten blijven stabiel tijdens en na de werkdagen.
  • De werknemer herstelt voor de volgende werkdag en heeft de vrije dagen niet nodig om bij te komen.
  • De afgesproken taken lukken binnen de afgesproken tijd en kwaliteit.
  • De bedrijfsarts ziet geen medische reden om te wachten.

Criteria om terug te schalen of te stoppen

  • De klachten nemen toe en dat houdt aan over twee evaluaties.
  • De hersteltijd na een werkdag wordt langer, of er is tussentijdse uitval.
  • Taken blijken niet uitvoerbaar binnen de belastbaarheid, ook niet met aanpassingen.
  • Terugschalen betekent: terug naar de vorige stap, contact met de bedrijfsarts en kritisch kijken naar de taken. Stagneert de opbouw opnieuw, laat dan een arbeidsdeskundige meekijken en overweeg ander passend werk of spoor 2.

Wie doet wat?

RolTaak in de opbouw
BedrijfsartsBelastbaarheid beschrijven, stappen en tempo adviseren, bijstellen bij nieuwe medische informatie
Casemanager of leidinggevendeTaken en rooster regelen, voortgang bespreken, alles vastleggen in het dossier
ArbeidsdeskundigeBelasting van het werk vergelijken met de belastbaarheid, passend werk zoeken, adviseren over spoor 2
WerknemerMeewerken, eerlijk terugkoppelen hoe de opbouw gaat, eigen ideeën inbrengen

Vaststellingsovereenkomst: wanneer wel en wanneer niet

Soms is de conclusie dat terugkeer niet lukt en willen werkgever en werknemer allebei verder. Een vaststellingsovereenkomst (VSO) is een beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden. Het opzegverbod tijdens de eerste twee jaar ziekte (artikel 7:670 Burgerlijk Wetboek) geldt voor opzegging door de werkgever, niet voor een VSO. De werknemer mag binnen twee weken schriftelijk terugkomen op zijn instemming; staat die bedenktermijn niet in de VSO, dan wordt dat drie weken (artikel 7:670b BW).

Waarom een VSO soms beter is

  • Het geeft duidelijkheid als een traject al lang vastzit en beide partijen geen perspectief meer zien.
  • Je kunt afspraken maken over een vergoeding, outplacement of het voortzetten van een tweede spoortraject. Lees ook arbeidsdeskundig advies bij een VSO.
  • Voor een werknemer die hersteld is en een nieuwe start wil, kan het rust geven.

Wanneer je het beter niet of nog niet doet

RisicoWat speelt er
De werknemer is nog ziekWie ziek is, heeft geen recht op WW. UWV kan ook de Ziektewet-uitkering weigeren, omdat de werknemer met de VSO zijn recht op loon tijdens ziekte heeft opgegeven (benadelingshandeling, artikel 45 Ziektewet). UWV raadt een zieke werknemer af om zomaar te tekenen (UWV, zie ook CRvB 2022).
De werknemer is hersteldWW is meestal mogelijk als het initiatief bij de werkgever lag, de werknemer niets verwijtbaars heeft gedaan (geen dringende reden) en de opzegtermijn in acht is genomen. Anders gaat UWV uit van een fictieve opzegtermijn en start de WW later (UWV).
Je bent eigenrisicodrager ZiektewetJij betaalt de Ziektewet-uitkering van een ex-werknemer die ziek uit dienst gaat, en je zet de re-integratie voort alsof hij nog in dienst is. Bij onvoldoende inspanningen kan UWV de doorbetaling van de Ziektewet-uitkering met maximaal 52 weken verlengen.
Je bent publiek verzekerd voor de ZiektewetGaat een zieke werknemer uit dienst en waren je re-integratie-inspanningen onvoldoende, dan kan UWV het ziekengeld over maximaal 52 weken op jou verhalen (artikel 39a Ziektewet).
Je bent eigenrisicodrager WGAJe bent tien jaar verantwoordelijk voor de WGA-uitkering en re-integratie van werknemers én ex-werknemers (UWV). Een VSO haalt dat risico niet weg. Lees meer bij eigenrisicodragers.
De WIA-aanvraagEen ex-werknemer die ziek blijft, kan na 104 weken nog steeds een WIA-uitkering aanvragen. Was hij bij het einde van het dienstverband zes weken of langer ziek, dan stel je in overleg een re-integratieverslag op (behalve als eigenrisicodrager Ziektewet).
Transitievergoeding en compensatieBij een VSO is een transitievergoeding wettelijk niet verplicht; in de praktijk wordt vaak wel een vergoeding afgesproken. Na afloop van het opzegverbod van twee jaar kan de werkgever compensatie bij UWV aanvragen, ook bij een VSO, tot maximaal de wettelijke transitievergoeding en minder bij een loonsanctie (artikel 7:673e BW, UWV).

Stand van de compensatieregeling: UWV meldt dat de regeling na 1 juli 2026 ongewijzigd blijft, ook voor grote werkgevers. Volgens berichtgeving rond Prinsjesdag 2026 wil het kabinet de regeling per 1 januari 2028 afschaffen; dat moet nog door de Tweede en Eerste Kamer (Kennedy Van der Laan). Controleer de actuele stand op het moment dat je beslist.

Kortom: in de eerste twee ziektejaren is een VSO voor een zieke werknemer zelden de beste stap, en als werkgever ben je de risico’s er vaak niet mee kwijt. Na 104 weken ligt dat anders. Laat werkgever én werknemer zich altijd juridisch laten adviseren voordat er iets wordt getekend. Meer over de rechten van de werknemer lees je in ontslag tijdens ziekte.

Wat je nu kunt doen

  1. Leg de opbouw vast in een schema met uren, taken, evaluatiemomenten en criteria om op of af te schalen.
  2. Vraag de bedrijfsarts om een actuele belastbaarheid, bij voorkeur in een inzetbaarheidsprofiel.
  3. Stagneert de opbouw twee keer? Stel het plan van aanpak bij en laat een arbeidsdeskundige beoordelen of het eigen werk haalbaar is.
  4. Neem bij de eerstejaarsevaluatie een expliciet besluit over spoor 2 en start het op tijd. Kom je er samen niet uit, dan kun je bij UWV een deskundigenoordeel aanvragen.
  5. Overweeg je een VSO, laat dan eerst de gevolgen voor Ziektewet, WW, eigen risico en transitievergoeding juridisch toetsen.

Over dit artikel

Geschreven door Niels Alderding, register-arbeidsdeskundige bij Matchvermogen, op 6 oktober 2026. De casus is geanonimiseerd. Het opbouwschema is een voorbeeld. Bronnen: Werkwijzer Poortwachter (UWV), UWV over ontslag tijdens ziekte, Burgerlijk Wetboek Boek 7 en Ziektewet. Praktische uitleg, geen juridisch of medisch advies.

Veelgestelde vragen

Hoe snel mag je uren opbouwen in spoor 1?

Daar is geen vast tempo voor. De bedrijfsarts beschrijft de belastbaarheid en adviseert over de stappen. Werkgever en werknemer leggen de opbouw vast in het plan van aanpak, met vaste evaluatiemomenten. UWV verwacht een opbouw in medisch onderbouwde stappen en tempo, en niet een opbouw die alleen meebeweegt met de klachten van de dag.

Wanneer moet spoor 2 starten?

Zodra er geen zicht meer is op structurele werkhervatting in je eigen organisatie. Volgens de Werkwijzer Poortwachter van UWV moet spoor 2 uiterlijk binnen zes weken na de eerstejaarsevaluatie starten. Daarna mag je het alleen nog uitstellen als er binnen drie maanden concreet perspectief is op structurele hervatting in de eigen organisatie.

Mogen spoor 1 en spoor 2 tegelijk lopen?

Ja. Spoor 2 vervangt spoor 1 niet. Zolang het dienstverband loopt, blijf je de mogelijkheden in de eigen organisatie onderzoeken, ook als er al een tweede spoor loopt.

Krijgt een zieke werknemer WW na een vaststellingsovereenkomst?

Meestal niet. Wie ziek is, is niet beschikbaar voor werk en heeft dus geen recht op WW. Een Ziektewet-uitkering kan UWV weigeren als de werknemer tijdens ziekte zijn recht op loon heeft opgegeven door een vaststellingsovereenkomst te tekenen. Is de werknemer hersteld, dan gelden de gewone WW-voorwaarden: het initiatief lag bij de werkgever, de werknemer heeft niets verwijtbaars gedaan en de opzegtermijn is in acht genomen.

Is een transitievergoeding verplicht bij een vaststellingsovereenkomst?

Wettelijk niet, want de transitievergoeding is gekoppeld aan opzegging, ontbinding of het niet verlengen door de werkgever. In de praktijk spreken partijen bij een vaststellingsovereenkomst vaak wel een vergoeding af. Na afloop van het opzegverbod van twee jaar kan de werkgever bij UWV compensatie aanvragen, ook bij beëindiging met een vaststellingsovereenkomst, tot maximaal de wettelijke transitievergoeding.

Wat doe je als de werknemer meer klachten krijgt door de opbouw?

Schaal terug naar de vorige stap en leg de situatie voor aan de bedrijfsarts. Kijk daarnaast naar de taken, en niet alleen naar de uren. Blijven de klachten toenemen of stagneert de opbouw, laat dan een arbeidsdeskundige beoordelen of het eigen werk nog haalbaar is en of je koers moet wijzigen, bijvoorbeeld naar ander passend werk of spoor 2.

Vastgelopen opbouw of twijfel over een VSO?

Plan een kennismaking van 15 minuten of vraag een offerte aan voor een arbeidsdeskundig onderzoek. We kijken naar het eigen werk, spoor 2 en de risico’s van elke koers. Liever direct contact? Mail info@matchvermogen.nl of bel 085-0870307.

15 min. kennismaken Offerte Contact

Direct meer informatie?

Niels, medisch arbeidsdeskundige

Niels, Medisch arbeidsdeskundige