Je zit aan tafel met een arbeidsdeskundige en de vragen vliegen je om de oren. Wat kun je nog wel? Welke taken op de werkvloer vormen een drempel? Voor veel werknemers voelt dit gesprek als een eindexamen waar je niet voor kunt studeren. Het resultaat van dit gesprek is het arbeidsdeskundig rapport. Dit document is vaak verrassend stellig onderbouwd. Voor een buitenstaander lijkt het een in steen gehouwen vonnis over de toekomst. Toch is de realiteit subtieler. Een arbeidsdeskundig onderzoek is namelijk altijd een momentopname. In dit artikel leggen we uit waarom die stelligheid nodig is, waar de valkuilen liggen en hoe je als werkgever omgaat met de veranderlijke belastbaarheid van een medewerker.
De harde grens van het afkappunt
In de wereld van de sociale zekerheid en re-integratie houden we niet van vaagheden. Een arbeidsdeskundige moet knopen doorhakken. Het doel van het onderzoek is immers bepalen of een werknemer eigen werk kan doen, aangepast werk kan verrichten of dat Spoor 2 ingezet moet worden. Hierbij werken we met zogenaamde afkappunten. Dit klinkt misschien rigoureus, maar het is noodzakelijk voor de voortgang van het dossier.
De wetgeving rondom de Wet verbetering poortwachter laat weinig ruimte voor grijs gebied. Een medewerker is ofwel in staat om de bedongen arbeid te verrichten, ofwel hij is dat niet. Een term als ‘een beetje passend’ bestaat simpelweg niet in de rapportage. Als de belastbaarheid net niet matcht met de functie, dan trekt de arbeidsdeskundige een streep. Deze stelligheid zorgt voor duidelijkheid voor zowel de werkgever als de werknemer. Bovendien geeft het een concreet startpunt voor de volgende fase van het re-integratietraject. Zonder deze harde conclusies blijft iedereen in een onzeker vacuüm hangen, wat de terugkeer naar werk alleen maar vertraagt.
Waarom de belastbaarheid altijd een stapje achterloopt
Een arbeidsdeskundige baseert zijn conclusies op de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van de bedrijfsarts. Hier ontstaat vaak de eerste verwarring. De medische beoordeling vindt namelijk vaak enkele weken vóór het arbeidsdeskundige gesprek plaats. Tegen de tijd dat het rapport op de mat valt, is de fysieke of mentale situatie van de medewerker soms alweer veranderd. De belastbaarheid is daardoor per definitie lichtelijk achterhaald op het moment van publicatie.
Dit fenomeen van de momentopname zorgt regelmatig voor gefrustreerde gezichten bij de koffieautomaat. De werknemer voelt zich misschien al veel beter en vindt de beperkingen te streng. Andersom kan een terugval ervoor zorgen dat de beschreven mogelijkheden veel te rooskleurig lijken. Toch moet de arbeidsdeskundige uitgaan van de op dat moment bekende medische feiten. We kunnen immers niet sturen op een toekomst die nog niet is vastgelegd door een arts. Het rapport is een foto van de situatie op de dag van het onderzoek, geen film van het gehele herstelproces.
De verwarring over het ‘nu’ en de ’toekomst’
Veel medewerkers ervaren verwarring over de tijdlijn van het onderzoek. Zij verwachten dat de arbeidsdeskundige voorspelt hoe het er over een half jaar uitziet. Dat is echter niet de taak van de deskundige. Het onderzoek richt zich primair op het ‘nu’. Kun je vandaag, met de beperkingen van vandaag, je werk in volledigheid doen? Alleen in zeer specifieke gevallen kijken we verder vooruit. Dit gebeurt enkel wanneer er sprake is van een medische situatie die duurzaam is. Denk hierbij aan aandoeningen waarbij herstel niet meer te verwachten is en een IVA-uitkering in beeld komt. In alle andere gevallen is de rapportage een nuchtere vaststelling van de huidige status. Voor de werknemer kan dit beperkend voelen, maar het biedt ook een veilige grens die overbelasting voorkomt. Uiteraard kijken we pragmatisch mee wanneer de belastbaarheid dit toelaat.
Wat als de praktijk afwijkt van de theorie?
Soms zijn de verschillen tussen het rapport en de realiteit op de werkvloer simpelweg te groot. We spreken dan van grove discrepanties. In zulke situaties blijft de arbeidsdeskundige niet passief toekijken. Indien het zeer relevant is voor de conclusie, zal de deskundige navraag doen bij de bedrijfsarts of de werkgever. Echter, we doen dit alleen als de afwijking de kern van het advies raakt.
Vaak is de oplossing verrassend simpel: een bijstelling van de rapportage zodra de belastbaarheid wijzigt of een vraag stellen aan de bedrijfarts. Het is namelijk belangrijk om te beseffen dat het proces niet stopt zodra de handtekening onder het rapport staat. Soms verandert de belastbaarheid, maar heeft dit geen invloed op de uiteindelijke conclusie. Of iemand nu drie of vier uur kan lopen, maakt voor een zittende kantoorfunctie vaak niet uit. In die gevallen laten we het rapport voor wat het is om onnodige bureaucreatie te voorkomen. De koers blijft hetzelfde, ook als de wind een klein beetje draait.
De valkuil van loonwaarde bij deels hervatten
Het komt vaak voor dat een medewerker alweer enkele uren op de werkvloer staat en daardoor concludeert dat de re-integratie bijna is voltooid. Echter, aanwezigheid is niet hetzelfde als loonwaarde. In de context van een arbeidsdeskundig onderzoek kijken we naar het vermogen om de volledige functie-inhoud naar behoren uit te voeren.
Voor een manager kan dit betekenen dat hij weliswaar de administratieve rapportages wegwerkt, maar nog niet in staat is om de complexe, emotioneel belastende aansturing van een team te dragen. Wanneer het leidinggevende aspect — vaak de kern van de functie — ontbreekt, is er sprake van een aanzienlijke onderpresentatie van de eigenlijke verantwoordelijkheden. De medewerker voert dan slechts een brokstuk van zijn takenpakket uit, waardoor de loonwaarde in de weg naar het tweede jaar van verzuim nog steeds laag kan zijn. Dit onderscheid tussen ‘iets doen’ en ‘je eigen functie volwaardig uitoefenen’ is voor veel medewerkers een bittere maar noodzakelijke pil om te slikken.
Duurzaamheid en de noodzaak van formele afschaling
Een situatie waarin een medewerker permanent op tachtig procent van zijn oude niveau functioneert, voelt in de praktijk vaak als ‘opgelost’. Toch is dit vanuit arbeidsdeskundig oogpunt nog geen afgeronde zaak. Een beetje passend werk bestaat immers niet altijd; zolang de medewerker niet alle kritische functie-eisen afvinkt, blijft het dossier in beweging. Pas wanneer de werkgever expliciet akkoord gaat met een structurele afschaling van de functie en de bijbehorende verantwoordelijkheden, kunnen we spreken van een volledig duurzaam passende situatie. Daarbij moet het aan de looneis van minimaal 65% voldoen. Anders voldoet de werkgever niet aan de richtlijnen. Zonder die formele bijstelling blijft de medewerker in de papieren realiteit ‘beperkt’ voor zijn eigen werk, wat gevolgen heeft voor de beoordeling door het UWV. Het is daarom essentieel dat werkgever en werknemer niet alleen kijken naar wat er nu lukt, maar ook durven te besluiten of de oorspronkelijke lat definitief lager moet komen te liggen voor een gezonde toekomst.
Advies voor de werkgever: het proces stopt nooit
Als werkgever is het verleidelijk om het arbeidsdeskundig rapport in een lade te leggen en te denken: “Zo, dat is geregeld.” Dat is een risicovolle gedachte. Omdat de belastbaarheid constant verandert, moet je alert blijven op de signalen van de werknemer. Het arbeidsdeskundig onderzoek is een essentieel instrument, maar het is geen eindstation. Het biedt de kaders waarbinnen je de komende periode gaat werken.
Wanneer een medewerker aangeeft dat de taken niet meer passen bij de huidige energie of kracht, is actie vereist. Je hoeft dan niet direct een volledig nieuw onderzoek aan te vragen. Vaak volstaat een overleg met de bedrijfsarts of een kort adviesmoment met de arbeidsdeskundige van Matchvermogen. Door flexibel om te gaan met de resultaten van de momentopname, voorkom je loonsancties en bevorder je een duurzame terugkeer. Het rapport geeft je de richting, maar jij houdt samen met de medewerker de handen aan het stuur.
Kortom: benut de expertise van de arbeidsdeskundige
Een arbeidsdeskundig onderzoek biedt de noodzakelijke stelligheid om uit een impasse te komen. Hoewel het een momentopname is, vormt het de juridische en praktische basis voor het verdere re-integratietraject. Het begrijpen van de afkappunten en de dynamiek van belastbaarheid helpt je om realistische verwachtingen te scheppen. Zo voorkom je verwarring en zorg je voor een soepel verloop van het dossier.
Heb je behoefte aan een helder en stellig onderbouwd arbeidsdeskundig onderzoek? De experts van Matchvermogen kijken met een scherpe blik naar de huidige situatie en adviseren je over de beste vervolgstappen. Neem vandaag nog contact met ons op voor een adviesgesprek of vraag direct een offerte aan. Wij helpen je om grip te krijgen op complexe verzuimdossiers, zodat jij je kunt focussen op je onderneming.
Direct meer informatie?
