Wanneer en waarom zet u een arbeidsdeskundig onderzoek in?

Het arbeidsdeskundig onderzoek: waarom wachten tot week 52 een dure gok is

De meeste werkgevers kennen het wel: de beruchte ‘eerstejaarsevaluatie’. Een medewerker is bijna een jaar ziek, de Wet verbetering Poortwachter klopt aan de deur en er moet plotseling een arbeidsdeskundig onderzoek komen. Het voelt vaak als een verplichte administratieve hobbel die nou eenmaal genomen moet worden.

Maar wist je dat je een arbeidsdeskundige in bijna elke fase van verzuim — en zelfs al vóórdat iemand uitvalt kunt inzetten? Welk onderzoek je kiest en wanneer je dit start, hangt volledig af van je doel. En spoiler alert: wachten tot die wettelijke deadline van één jaar is onderaan de streep vaak de duurste optie.

Waarom zou je een arbeidsdeskundige inschakelen? (Het doel)

De kern van elk arbeidsdeskundig onderzoek is simpel: het matchen van de medische situatie (wat kan iemand nog volgens de bedrijfsarts?) met de praktijk op de werkvloer. Het doel hiervan is tweeledig:

  1. Richting bepalen: Kan de medewerker met aanpassingen op de eigen plek blijven (Spoor 1), of moeten we zo snel mogelijk gaan kijken naar een baan buiten de organisatie (Spoor 2)? Hoe eerder je dit weet, hoe gerichter je kunt handelen.
  2. Loonsancties voorkomen: Het UWV kijkt bij de WIA-aanvraag na twee jaar heel kritisch naar je dossier. Blijkt dat een medewerker al na zes maanden structurele beperkingen had, maar heb jij pas in week 52 een onderzoek laten doen? Dan kan het UWV oordelen dat je kostbare re-integratietijd hebt verspild. Het resultaat: een loonsanctie, wat betekent dat je tot wel een jaar langer het salaris moet doorbetalen.

De verborgen kosten van de ‘afwachtende houding’

Een arbeidsdeskundig onderzoek kost geld, en het is volkomen logisch dat je als werkgever terughoudend bent als je denkt dat een medewerker snel weer op de been is. Maar die voorzichtigheid slaat in de praktijk te vaak door in afwachten.

Als na driekwart jaar blijkt dat terugkeer in de eigen functie er écht niet meer in zit, is er kostbare tijd verloren gegaan. De besparing op de onderzoekskosten valt op zo’n moment in het niet bij de doorlopende loonkosten en de druk op je verzuimcijfers. Kortom: snelheid loont bijna altijd.

Welk onderzoek zet je wanneer in?

Er is niet één standaard onderzoek; het type onderzoek dat je kiest, hangt samen met het moment en de specifieke vraag die je hebt.

1. De Preventieve Toets: Grijp in vóór de ziekmelding

  • Wanneer? Als een medewerker nog gewoon aan het werk is, maar je duidelijke signalen ziet van overbelasting, stress of een mismatch met de functie.
  • Waarom? Om langdurige uitval te voorkomen. Dit is de slimste investering die je kunt doen: de kosten zijn laag en je voorkomt dat er überhaupt een complex verzuimdossier ontstaat.

2. Vroegtijdig Onderzoek (of Pre-advies): Snel schakelen bij ernstige klachten

  • Wanneer? Al in de eerste 6 maanden van het verzuim (bijvoorbeeld rond week 26 of 30), zodra duidelijk is dat de beperkingen structureel zijn. (In het primair onderwijs kennen we dit rond de 12e maand als het ‘Pre-advies’ om WGA-instroom te voorkomen).
  • Waarom? Als de bedrijfsarts aangeeft dat volledig herstel in de eigen functie onwaarschijnlijk is, mag je volgens de wet niet louter afwachten. Door vroegtijdig te onderzoeken, kun je direct doorpakken naar Spoor 2 en voorkom je dat een medewerker maandenlang vastloopt in een doodlopend spoor.

3. Het Poortwachter- / Ziektewetonderzoek: De bekende mijlpaal

  • Wanneer? Rond het eerste ziektejaar (week 52).
  • Waarom? Dit is het formele, wettelijke weegmoment. Op basis van de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van de bedrijfsarts wordt officieel getoetst of eigen of aangepast werk nog een optie is. Is dat niet zo? Dan start direct het Spoor 2-traject naar een andere werkgever.

4. Haalbaarheidsonderzoek & Loonwaarde-onderzoek: Meten is weten

  • Wanneer? Dit kan op elk moment tijdens de eerste twee jaar, maar ook nog in de jaren daarna.
  • Waarom? Twijfel je of een re-integratietraject op de arbeidsmarkt wel kans van slagen heeft? Een haalbaarheidsonderzoek geeft direct uitsluitsel. Een loonwaarde-onderzoek zet je in als je objectief wilt laten bepalen of een medewerker qua tempo en kwaliteit nog voldoet aan de functie-eisen. Dit is bijvoorbeeld essentieel voor het aanvragen van looncompensaties of subsidies.

5. Spoor 3-advies en WGA-onderzoek: De lange termijn

  • Wanneer? Vanaf het tweede verzuimjaar tot wel 12 jaar daarna (tijdens de WGA-uitkeringsperiode).
  • Waarom? Ben je eigenrisicodrager voor de WGA? Dan stopt de financiële verantwoordelijkheid niet na twee jaar. Een arbeidsdeskundige kan je adviseren hoe je een (ex-)medewerker met een WGA-uitkering alsnog naar passend werk begeleidt, om zo de langdurige schadelast voor jouw organisatie te beperken.

6. Letselschade en AOV: Maatwerk bij claims

  • Wanneer? Volledig variabel; soms direct bij de start van een dossier, soms pas na een jaar.
  • Waarom? Bij ongevallen of private arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (AOV) is specifieke arbeidsdeskundige bewijslast nodig om te bepalen in welke mate iemand zijn beroep nog kan uitoefenen en wat de exacte financiële schade is.

Handig spiekbriefje

Type onderzoekHet beste momentJouw belangrijkste doel
Preventieve toetsVóór uitval of bij de eerste signalenUitval proactief voorkomen
Vroegtijdig onderzoekTussen de 0 en 6 maanden verzuimDirect koers bepalen bij zware/structurele klachten
Pre-advies (o.a. in het PO)Snelheid maken vóór de 12e maandVroegtijdig risico op WGA-instroom tackelen
Poortwachter-onderzoekRond week 52 (het eerste ziektejaar)Voldoen aan de wet en Spoor 2 definitief starten
HaalbaarheidsonderzoekFlexibel (tussen 0 en 12 jaar)Toetsen of re-integratie op de arbeidsmarkt zin heeft
Loonwaarde-onderzoekFlexibel (tussen 0 en 12 jaar)De exacte productiviteit en loonwaarde bepalen
WGA- / Spoor 3-onderzoekNa 2 jaar verzuim (tijdens de uitkering)Schadelast beperken voor eigenrisicodragers

Direct meer informatie?

Niels, Medisch arbeidsdeskundige