Kort antwoord: Een los haalbaarheidsonderzoek spoor 2 voegt vaak weinig toe en kost tijd die u nodig heeft voor echte re-integratie. Start liever met een deugdelijk AD-onderzoek en een concreet spoor 2-traject met zoekprofiel, acties en evaluatie.
Hulp nodig bij spoor 2 of 3? Vraag een offerte aan of plan een kort gesprek. Landelijke dekking, onderzoek op locatie.
Een haalbaarheidsonderzoek spoor 2 wordt nog regelmatig geadviseerd door arbodiensten of ingeschakeld door werkgevers tijdens de eerste 104 weken arbeidsongeschiktheid. Het onderzoek is meestal bedoeld als voorfase van het spoor 2 of 3 traject. Tijdens het haalbaarheidsonderzoek wordt gekeken naar arbeidsmogelijkheden op de arbeidsmarkt. Vaak wordt het onderzoek geactiveerd als werkgevers twijfelen over de inzet van spoor 2. Gehoopt wordt dat een haalbaarheidsonderzoek kan aantonen dat spoor 2 niet zinvol is. In dit artikel geven we aan waarom je dit nooit moet doen en wat de alternatieven zijn van een haalbaarheidsonderzoek.
Wie voert een haalbaarheidsonderzoek uit?
Meestal wordt een haalbaarheidsonderzoek (binnen het kader van re-integratie en de Wet verbetering poortwachter) uitgevoerd door een gespecialiseerd re-integratiebureau of een arbeidsdeskundige. Het belangrijkste criterium is dat de onderzoeker beschikt over diepgaande, actuele kennis van arbeidsongeschiktheid, de sociale wetgeving en de lokale arbeidsmarkt. Zomaar even aangeven dat een tweede spoor niet nodig is heeft meestal een loonsanctie van het UWV tot gevolg.
Spoor 2 goed opzetten in plaats van een haalbaarheidsscan?
Wij helpen met AD-advies en uitvoerbare spoor 2-begeleiding. Geen papieren haalbaarheid zonder vervolg.
✓ Spoor 2-traject ✓ AD-onderzoek ✓ Meetbare acties
Geen wettelijke registratieplicht specialisten
Opvallend genoeg is het wettelijk niet verplicht dat dit onderzoek wordt uitgevoerd door een gecertificeerde of geregistreerde arbeidsdeskundige. Omdat de term ‘re-integratiespecialist’, ‘arbeidsdeskunidge’ of ‘adviseur’ geen beschermde titel is, mag in principe iedereen zo’n onderzoek aanbieden.
Let op: Dit betekent dat de kwaliteit en de diepgang van het onderzoek flink kunnen variëren. Buiten dat is een ‘haalbaarheidsonderzoek’ officieel geen erkend onderzoek. Extra waakzaamheid is dus geboden als je twijfelt over de expertise of de achtergrond van de persoon die het onderzoek uitvoert.
Het probleem met een haalbaarheidsonderzoek
Dit illustreren we aan de hand van een korte casus.
Werkgever Tuin Transport B.V. heeft een werknemer in dienst met veel beperkingen. De bedrijfsarts geeft aan dat er sprake is van ‘marginale mogelijkheden’. De werknemer kan niet of nauwelijks lopen en cognitief zijn er ook nog een aantal zaken die belemmerend zijn voor het oppakken van werk. De werkgever besluit een haalbaarheidsonderzoek in te schakelen. Hij vermoedt dat een spoor 2 traject (waarbij wordt gekeken naar mogelijkheden op de arbeidsmarkt) niet effectief zal helpen om een baan te vinden op de arbeidsmarkt. Daarbij vindt hij de investering in spoor 2 te hoog. Hij gaat op zoek naar een alternatief: ‘een haalbaarheidsonderzoek’.
Uit een haalbaarheidsonderzoek komt naar voren komen dat iemand weinig tot geen kansen op de arbeidsmarkt heeft om een baan te vinden. Re-integratie in eigen werk lijkt de meeste kansen te hebben volgens de deskundige.
Het dossier komt na circa 87-93 weken arbeidsongeschiktheid bij UWV. Na een analyse van het dossier zal UWV ondanks het haalbaarheidsonderzoek een sanctie opleggen.
Waarom krijg ik een sanctie?
UWV volgt de beoordelingskaders welke zijn gebaseerd op wetgeving. Daarin staat dat er altijd moet worden gezocht naar mogelijkheden in eigen en ander werk. Of het nu realistisch is of niet volgens ‘jou’ of een deskundige maakt niet uit. Dus ook als er sprake is van beperkte mogelijkheden. Een poging moet in ieder geval worden gedaan om de arbeidsmarkt te verkennen en om sollicitatievaardigheden te vergroten ’tenzij’ er aan bepaalde strikte voorwaarden wordt voldaan.
Waarom is UWV zo streng?
Spoor 2 is een traject waarin niet alleen realistische kansen worden bekeken op de arbeidsmarkt. Tijdens het traject wordt iemand ook getraind op gebied van sollicitatievaardigheden. Deze vaardigheden zijn ook voor de toekomst handig om te hebben.
Het idee is dat iemand dan in ieder geval al is voorbereid op een situatie waarin beperkingen afnemen. Mochten er weer mogelijkheden gaan ontstaan, dan heeft iemand in ieder geval al de juiste competenties om concreet te solliciteren. Een potentiële doorlooptijd van een uitkering (WW, WGA of anders) wordt daardoor bekort. Het is dus in wezen een investering in de toekomst en in de arbeidsmobiliteit van een werknemer (althans, zo wordt er naar gekeken).
Tweede spoor is niet alleen afdichten van risico tijdens Poortwachter
Zeker werkgevers die veel premie betalen aan het UWV of eigenrisicodrager WGA zijn hebben extreem veel belang bij een goed ingericht tweede spoor traject. Helaas wordt nog vaak gedacht dat je na de twee jaar van een medewerker ‘af bent’. Niets is minder waar. Je bent 12 jaar financieel verantwoordelijk! Een goed ingericht tweede spoor is het dan ook dubbel en dwars waard.
Afzien van een spoor 2 traject
De enige reden om geen spoor 2 traject in te schakelen is als iemand geen benutbare mogelijkheden heeft of marginale mogelijkheden. Dit betekent dat iemand niet in staat is überhaupt mee te werken aan een spoor 2 traject.
Dit speelt bijvoorbeeld bij medewerkers met een psychose of medewerkers die door een intensieve opname niet kunnen communiceren. Deelname aan een Spoor 2-traject werkt dan vaak contraproductief voor het herstel. Uitsluitend de bedrijfsarts mag beoordelen of er sprake is van een terechte belemmering. Waar nodig reflectsert de arbeidsdeskundige hier nog op in het arbeidsdeskundig onderzoek — daarover later meer.
Trap niet in de valkuil om zelf op de stoel van de bedrijfsarts te gaan zitten. Uitspraken als “De medewerker geeft aan dat…” of “Ik heb het gevoel dat…” wegen juridisch niet mee. Eis altijd een concrete uitspraak van de bedrijfsarts, want een eigen interpretatie is niet geldig.
Twijfel of er gronden zijn voor het niet inzetten van spoor twee? Matchvermogen ondersteunt werkgevers bij dit soort complexe kwesties. Ook beantwoorden we je vraag vrijblijvend in de reacties onderin dit artikel.
Uitspraken zijn duidelijk, het UWV beoordelingskader niet
Volgens het UWV-beoordelingskader mag er alleen van Spoor 2 worden afgezien bij een concreet herstelperspectief in Spoor 1, bij Geen Benutbare Mogelijkheden (GBM), of bij marginale mogelijkheden waarbij extern re-integreren medisch schadelijk is. Omdat marginale mogelijkheden een complex grijs gebied vormen, eist het UWV dat er júist binnen die minimale belastbaarheid wordt gekeken naar wat wél kan. Het volledig stilleggen van de re-integratie is dus zelden toegestaan; het UWV verwacht dat een medewerker, zodra dit medisch verantwoord is, start met laagdrempelige, voorbereidende activiteiten zoals een rustige beroepenoriëntatie of het updaten van een cv om zo alvast te bouwen aan toekomstige re-integratiemogelijkheden.
“De hoofdregel is dat de werkgever naast de re-integratieactiviteiten in spoor 1 een traject in spoor 2 opstart als er na 1 jaar ziekte (de eerstejaarsevaluatie) geen concreet perspectief is op een structurele hervatting in spoor 1 binnen de eigen organisatie.”
En direct daarna de letterlijke uitzondering:
“Er is geen verplichting tot het inzetten van een traject in spoor 2 als er op korte termijn een concreet perspectief is op een structurele hervatting in de eigen organisatie (spoor 1), dan wel dat er sprake is van geen benutbare mogelijkheden. Met marginale mogelijkheden bedoelen we dat de werknemer uiterst beperkt belastbaar is. Wij verwachten dan van
beide partijen dat zij extra hun best doen om te bekijken of deze geringe mogelijkheden kunnen worden benut. De focus
ligt hierbij vooral mogelijkheden bij de eigen werkgever. Daar zijn meer mogelijkheden voor aanpassing in taken, uren
en belasting dan bij een andere werkgever. Ook kan inzet van persoonlijke en/of functionele begeleiding eventueel
nodig zijn. Inzet van een tweede spoortraject is niet snel aan de orde.
Uitspraken zijn duidelijk, het UWV beoordelingskader niet
Zoals je hierboven leest is ‘niet snel aan de orde’ redelijk vaag. Het negeren van het tweede spoor (of het niet goed concluderen dat het niet hoeft) vormt een enorm financieel en juridisch risico voor werkgevers, omdat het UWV bij het zomaar ontbreken van een extern traject vrijwel gegarandeerd een loonsanctie van 52 weken oplegt. Uit de uitspraak van de Rechtbank Gelderland (ECLI:NL:RBGEL:2025:11157) blijkt dat zelfs een succesvolle interne re-integratie met hoge investeringen in het eerste spoor geen bescherming biedt; als de werkgever niet kan bewijzen dat het aangepaste werk in de toekomst structureel gegarandeerd is, blijft de verplichting voor Spoor 2 onverkort van kracht.
Daarnaast laat een recente uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant (ECLI:NL:RBOBR:2026:3540) zien dat een werkgever ook niet blind kan vertrouwen op het oordeel van de bedrijfsarts. Wanneer een bedrijfsarts vanwege ‘marginale mogelijkheden’ ten onrechte adviseert dat re-integratie onmogelijk is, ligt de verantwoordelijkheid volgens de risico-benadering van de Centrale Raad van Beroep volledig bij de werkgever zelf. Het achterwege laten van een deugdelijk haalbaarheidsonderzoek of extern traject op basis van foutieve medische aannames of schijnzekerheid in het eerste spoor leidt daardoor onherroepelijk tot kostbare sancties. Extra belangrijk om ook de bedrijfsarts kritisch aan de tand te voelen dus.
Wat is dan het nut dan van een haalbaarheidsonderzoek spoor 2?
In de eerste 104 weken heeft het bijna nooit zin om een haalbaarheidsonderzoek uit te voeren. Zoals aangegeven is het in veel gevallen zelfs een groot risico.
Als iemand mogelijkheden voor spoor 2 heeft, dan kun je beter direct een spoor 2 inschakelen.
Onderdeel van een spoor 2 is het onderzoeken van functies op de arbeidsmarkt. Dat is eigenlijk al een haalbaarheidsonderzoek. Als niets mogelijk is dan dient spoor twee toch te worden gecontinueerd. Dit gezien het niet alleen gaat om een functie vinden, maar ook om voorbereiding op een toekomstige baan. Bijvoorbeeld door training van sollicitatievaardigheden of het onderzoeken van opleidingsmogelijkheden. Tot iemand bij het UWV komt voor een WIA beoordeling zullen er functies moeten worden blijven gezocht.
Haalbaarheidsonderzoek in de WGA
Na 104 weken is het een ander verhaal. Als een werkgever eigenrisicodrager is, dient een medewerker ook nog actief te worden begeleid om tot verdiencapaciteit te komen in de WGA. Voordeel voor werkgever is dat bij werkactivering schade in de vorm van WGA-premie of uitkeringen wordt gereduceerd.
In de WGA is het nuttig om een derde spoor traject in te schakelen. Deze vaak kostbare trajecten zijn niet altijd even succesvol. Gezien UWV in de WGA geen sanctie kan opleggen voor het niet inzetten van een dergelijk traject kan een haalbaarheidsonderzoek in de WGA dus wel lonend zijn.
Door het inzetten van het onderzoek kan een eigenrisicodrager bepalen of de investering in een derde spoor re-integratietraject lonend is. Een conclusie kan bijvoorbeeld zijn dat een derde spoor inschakelen misschien meer relevant is over een jaar of zelfs twee jaar. Bijvoorbeeld als een medewerker behandeling ondergaat. Bovendien heeft een werknemer soms al een spoor 2 traject achter de rug als hij of zij net de WGA in is gestroomd.
Wat is het alternatief tijdens de eerste 104 weken?
In principe gaat er altijd een arbeidsdeskundig onderzoek vooraf aan een tweede spoor.
De arbeidsdeskundige bepaalt of een tweede spoor wel of niet dient te worden ingeschakeld op basis van objectieve gegevens. Deze objectieve gegevens en de beoordeling die daarop plaatsvindt, dient te gebeuren volgens bepaalde voorschriften.
UWV beoordeeld rapport bij de WIA-aanvraag op basis van de UWV-beoordelingskaders. Om kwaliteit te borgen kun je het beste gebruikmaken van een geregistreerde arbeidsdeskundige. Deze specialist weet hoe een onderzoeksrapport moet worden opgesteld. In het onderzoek staat vaak ook vermeld welke banen op de arbeidsmarkt het beste bij iemand past.
Het afzien van een Spoor 2-traject (re-integratie bij een andere werkgever) is aan strikte regels gebonden. Het UWV toetst bij de Poortwachter-beoordeling heel scherp of er terecht geen Spoor 2 is ingezet.
Hieronder vindt u een gedetailleerd overzicht van de uitzonderingssituaties, de cruciale begrippen, en hoe u hier als werkgever of casemanager praktisch mee om moet gaan.
De enige mogelijkheden om af te zien van Spoor 2
In de basis is de werkgever verplicht om vanaf de 6e week vóór de eerstejaarsevaluatie (week 46) een Spoor 2-traject te starten als er geen concreet uitzicht is op structurele werkhervatting in Spoor 1 (binnen de eigen organisatie).
Er zijn slechts drie legitieme redenen om (tijdelijk) af te zien van Spoor 2:
- Er is een concreet perspectief in Spoor 1: Er is een duidelijke, concrete datum waarop de medewerker binnenkort structureel en volledig herstelt in het eigen werk of in passend eigen werk (binnen de eigen organisatie).
- Er is sprake van ‘Geen benutbare mogelijkheden’ (GBM): De medewerker is door de bedrijfsarts medisch gezien volledig onbelastbaar verklaard.
- Er is sprake van ‘Marginale mogelijkheden’ in combinatie met contraproductiviteit: De medewerker heeft wel wát mogelijkheden, maar het inzetten van Spoor 2 is op dat moment schadelijk voor het herstel.
Kernbegrippen: GBM vs. Marginale mogelijkheden
Om te begrijpen wanneer Spoor 2 stilgelegd mag worden, moeten we kijken naar de definities die de bedrijfsarts en het UWV hanteren.
1. Geen Benutbare Mogelijkheden (GBM)
Er is sprake van GBM als een medewerker op medische gronden volledig onbelastbaar is. Dit is een strikt juridisch en medisch kader. De bedrijfsarts mag dit alleen vaststellen als de medewerker voldoet aan de criteria van het Schattingsbesluit:
- De medewerker is opgenomen in een ziekenhuis of erkende instelling (bijvoorbeeld een intensieve psychiatrische opname).
- De medewerker is bedlegerig.
- De medewerker is voor het uitvoeren van algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) direct afhankelijk van derden.
- De medewerker vertoont een ernstig verlies aan zelfredzaamheid door een ernstige psychische stoornis.
Conclusie bij GBM: Als er sprake is van GBM, ligt de re-integratie volledig stil. Spoor 1 én Spoor 2 zijn niet aan de orde.
2. Marginale mogelijkheden
Bij marginale mogelijkheden heeft de medewerker wél een heel kleine belastbaarheid, maar deze is zo minimaal dat regulier werk of een intensief Spoor 2-traject (nog) niet haalbaar is. Denk aan iemand die door zware medicatie of een ernstige burn-out slechts 1 of 2 uur per week een lichte activiteit kan doen.
De complexiteit van ‘Marginale mogelijkheden’
Waar GBM een relatief zwart-wit kader is, vormen marginale mogelijkheden een grijs gebied dat in de praktijk voor veel complexiteit en loonsancties zorgt.
Waarom zijn marginale mogelijkheden zo complex?
- Risico op stilstand: Werkgevers denken vaak: “De medewerker kan bijna niks, dus we wachten wel af.” Het UWV denkt hier anders over. Als er júist marginale mogelijkheden zijn, moet er gekeken worden wat wél kan. Volledige inactiviteit wordt door het UWV snel gezien als een re-integratiedeadlock.
- Is Spoor 2 contraproductief? Dit is de kernvraag bij marginale mogelijkheden. Het opstarten van een extern traject (gesprekken met een Spoor 2-coach, sollicitatieplicht) kan zóveel stress opleveren dat het de medewerker terugwerpt in het medische herstel. Als dat zo is, is Spoor 2 contraproductief.
- Voorbereidende activiteiten: Als een volwaardig Spoor 2-traject (nog) contraproductief is, betekent dit niet dat er niets hoeft te gebeuren. De medewerker kan vaak wél voorbereidende activiteiten doen die bijdragen aan toekomstige re-integratie.
Voorbeelden van voorbereidende activiteiten:
- Het rustig updaten van een cv of LinkedIn-profiel (zonder sollicitatieplicht).
- Het doen van een online interessetest of een lichte beroepenoriëntatie vanuit huis.
- Het voeren van laagdrempelige, oriënterende gesprekjes met een re-integratiebegeleider (bijvoorbeeld eens per twee of drie weken), puur om te wennen aan het idee van ander werk.
Als werkgever moet u kunnen aantonen dat u, ondanks de marginale mogelijkheden, bent blijven zoeken naar de grens van wat wél haalbaar was.
De gouden regel: Eis altijd een actuele, concrete uitspraak van de bedrijfsarts
Als werkgever, casemanager of Spoor 2-begeleider mag u nooit zelf beslissen om Spoor 2 achterwege te laten op basis van uw eigen inschatting. Zelfs niet als de medewerker huilend op kantoor zit en u het er roerend mee eens bent dat Spoor 2 te veel gevraagd is. Een eigen interpretatie is bij het UWV waardeloos en leidt onherroepelijk tot een loonsanctie.
Wat moet u doen?
U dient bij de bedrijfsarts een concrete en actuele uitspraak af te dwingen (bij voorkeur via een gerichte vraagstelling voorafgaand aan het spreekuur).
Vraag de bedrijfsarts expliciet schriftelijk vast te leggen:
- Is er sprake van marginale mogelijkheden of GBM?
- Is het inzetten van een Spoor 2-traject op dit moment medisch contraproductief voor het herstel?
- Zo ja, zijn er wel voorbereidende activiteiten mogelijk om de medewerker te oriënteren op de toekomst?
- Binnen welke termijn verwacht de bedrijfsarts dat Spoor 2 wel weer opgestart kan worden (heroverwegingstermijn)?
Ons advies
Schakel nooit een haalbaarheidsonderzoek in tijdens de eerste 104 weken, tenzij je een werknemer echt wil helpen met inzicht in carrièrekansen. Een haalbaarheidsonderzoek kan wel een extra verdieping geven.
In dat geval adviseren wij overigens altijd een loopbaanonderzoek bij een specialistisch bureau. UWV erkent het haalbaarheidsonderzoek niet als officieel instrument om een re-integratierichting te bepalen.
Daardoor maak je het als werkgever onnodig lastig mocht UWV het dossier gaan beoordelen. Wil je echt zeker weten of een spoor 2 wel of niet moet worden ingezet? Schakel dan een arbeidsdeskundige in. Ook als er twijfel is om een spoor 2 te continueren is het altijd beter om een arbeidsdeskundige te raadplegen. Deze specialist beoordeeld objectief en volgens de UWV-richtlijnen.
Veelgestelde vragen
Is een haalbaarheidsonderzoek ooit nuttig?
Zelden als zelfstandig product. Alleen zinvol als onderdeel van een bredere AD-analyse met direct vervolg.
Wat moet u wél doen rond week 42-52?
Vaststellen of eigen werk nog kan, en zo nee: spoor 2 starten met een helder profiel en aantoonbare acties.
Waarom ziet UWV dit als risico?
Omdat ‘haalbaar’ op papier geen re-integratie-inspanning aantoont. UWV wil uitvoering zien.
Hoe helpt Matchvermogen anders?
Wij koppelen onderzoek aan uitvoering: advies én begeleiding in spoor 2.
Direct meer informatie?

